Category Archives: press

the quietus review: heat

hunter complex - heat frontIn the opening scene of the film The Informers, based on the book by Brett Easton Ellis, there is this image of a typical Los Angeles 80s party. Everybody seem to be having fun but a closer look reveals ice cold faces without any emotions. As the DJ plays ‘New Gold Dream’ by Simple Minds the LA jet set kids are not actually busy with their bright new future – but with not having a clue who they are. In another scene two main characters Graham and Martin are in a red Porsche over looking LA while Martin is whining about not knowing what to do because nobody ever told him what to do. Heat would be the perfect soundtrack for Easton Ellis’ books.

This is the second album by Hunter Complex, a moniker of Lars Meijer who is one of the founders of the Haarlem based record label Narrominded. His self-titled debut album, released in 2010, was a nice excursion into the synth pop sound of the 80s, but nothing more. Heat is something completely different. Not because of the music, there are parallels in sound between this second and the first album, but in feel and mood and idea. In short, his debut album consists of nice pop songs with good melodies and edgy hooks. Heat isn’t like that at all. Yes, the melodies are smooth, the hooks edgy, but there is something else.

It’s not easy to put into words what that specific ‘else’ is. Heat is more distant and sounds more optimistic, futuristic even. A comparison to Simple Minds’ ‘New Gold Dream’ is tempting, but doesn’t tell the full story. While listening the album for the time I often thought about an another album from the beginning of the 80s: Signals, by Canadian prog-rockers Rush. The album still sounds dramatically optimistic while on the other hand through lyrics depicts a nightmare. Neil Peart’s words deal with a new technological world that will be hard to understand by man, with songs like ‘The Analog Kid’, ‘Digital Man’ and ‘New World Man’ encapsulating the struggle that is called progress.

I get the same feeling with Heat. While Signals embraces new technology to exorcise the horrors of a fast changing society, Hunter Complex is heading back to the time new technology was still fresh and the future looked bright. But the story with Heat is more complex. The ten songs on the album breath optimism and believe in the future and although the emotions go deep, you feel it is as shallow as it can get. When Meyer’s dark, distant voice talk-sings, for example in ‘Highway Hypnosis’ there is definitely something wrong, although the music sounds fresh and crispy. That’s the essence of Heat: the music gives you the chilling experience of being two things at once: alleviation and damnation.

There is only one band that is as good in this discord as Hunter Complex: Trans Am. Surrender To The Night, released in 1997, was like a postmodern dream that in a way predicted the end of the optimistic 90s. Heat seems to sum up the hopeless situation our current world is in. Far from a positive message and instead of easing the pain, like Rush did on Signals, the strong positivism that leaks from the melodic and warm synths make the pain even worse – it’s a brilliant combination.

And then there is the strong visual language of the album cover by Meyer and Narrominded co-owner Coen Oscar Pollack, which works to create even more distance.

In his debut novel Less Than Zero Brett Easton Ellis lets his principal character Clay see a sign with ‘disappear here’ on it. Much more so than the Bloc Party ‘Song For Clay (disappear here)’,Heat is the perfect soundtrack for that scene.

Theo Ploeg

original article

musicfrom.nl review: heat

hunter complex - heat front4 / 5

Het klinkt misschien lachwekkend, maar veel digitale elektronica uit de jaren tachtig werd ontworpen om het geluid van echte instrumenten zo dicht mogelijk te benaderen. Lars Meijer, het brein achter Hunter Complex maakt ook bewust gebruik van die koud klinkende wavetables, blokgolven en zaagtanden om donkere synthpop te maken die direct uit de jaren tachtig lijkt te zijn overgestraald.

Als het de bedoeling was om een temporele paradox te creëren die het ruimte-tijd continuüm zou ontwrichtten om ons terug te voeren naar de eighties, dan is dit experiment geslaagd. Zou Giorgio Moroder een dag depressief en paranoïde zijn geweest, dan zou hij dit soort muziek maken; een radiostation vol etherische synthscapes waar je bij kunt wegdromen.

Ergens doen de creaties van Hunter Complex denken aan een soundtrack voor een Mad Max sequel, maar het mistaat ook niet bij een meer moderne, artistieke game a la Swords & Sorcery waar 8-bit hoogtij vierde. Daarmee ontwijkt Heat knap het kitsch-label wat hieraan waarschijnlijk 30 jaar geleden zou zijn gehangen. Nostalgisch, en toch ergens heel modern.

Hoewel de droge beats die de muziek voortdrijven je doen denken dat je in een achtervolging zit met de cyberpolitie in Tron, zijn vooral de synthscapes bepalend voor de plaat. Surrealistische beelden flitsen door je hoofd bij het horen van die gelaagde drones en pads. Meijer probeert hier zelf nog overheen te zingen, maar raakt verdwaalt in zijn eigen oerwoud van reverb. Het is beter zo. Zonder enige menselijke tussenkomst in deze wereld van kale synthese levert dit een des te meer dystopisch gevoel op.

Als je oud genoeg bent om de jaren tachtig bewust te hebben meegemaakt, raakt Heat een nostalgische snaar. Voor fans van New Wave of Italo valt er zo genoeg te genieten, tegelijkertijd is het zo retro dat het weer hip is, ook voor hen die geen warme herinneringen hebben aan dat koude decennium.

Jorgen van de Burgt

dark entries review: heat

hunter complex - heat front7 / 10

De nieuwe elpee van het Nederlandse Hunter Complex laat de temperatuur hier ten huize een paar graden stijgen en dat komt niet alleen door de titel. Heat wentelt, zwelgt en beweegt op de tonen van een warm, suggestief symfonisch klanktapijt. Het gamma aan keyboards, drummachines en synthesizergeluiden lijkt onuitputtelijk. Heat zou ook de soundtrack van een nog te maken film kunnen zijn. De meeste composities houden op een subtiele manier een onderhuidse spanning levend, het soort dat je onrustig op je stoel laat schuiven. De manier van zingen van Lars Meijer lijkt sterk op die van Graham Lewis (groepslid van het legendarische Wire en actief in tal van andere projecten als He Said, Ocsid en Duet Emmo). Room zou je zelfs bijna bestempelen als een Wire song. Soms is het wat te veel van het goede zoals in Atlantic en Space; allebei pompeus en gekunsteld waarbij de synthesizers vrij baan krijgen. In het mooie, instrumentale Daylight en het knappe, wat meer robuuste China Rain wordt alles iets beter gedoseerd en dat loont. Heel fraai is ook het prima onderbouwde Hours, meteen een fijne afsluiter voor deze Heat.

Paul Van de gehuchte

original article

reviews: rundfunk #1, incubate, studio, tilburg – september 21 2013

Live @huntercomplex sounds even better than on his new brilliant album
Theo Ploeg / Twitter

@huntercomplex fucking fantastic at Studio
Incendiary Magazine / Twitter

the ’80s movie score moves of Hunter Complex
Ian Harrison / Mojo

Time passes, chums turn up, and British and Dutch journos who are hip to the great Dutch scene prattle idly in the sun. It’s nice, and in some ways a perfect setting for the slightly unsettling but lush sounds of Hunter Complex.
Now this lad has released some record in Heat, one of our faves of the year if truth be told, and we are happy to see him; even if it’s only in a small room in a pub. No matter, the confined space adds something to his beautiful, paranoid slabs of synth pop; think New Gold Dream in a head on collision with Rush’s synth stuff and 1-A Düsseldorf and you can rest easy. The visuals are a treat too; they somehow blend brilliantly with the set. The small room is mesmerized, nothing really kicks off in terms of beat or sound but it doesn’t need to; it’s content to snarl at you from a distance, dirty neon, grease stained chrome and scuzzed plastic in feel. It’s a fabulous gig and this artist and his work demands your attention. NOW.
Richard Foster / Incendiary Magazine

Direct daarna speelt Lars Meijer a.k.a. Hunter Complex zich in de kijker met een gevarieerde elektronicaset, soms richting dromerige ambient, op onverwachte momenten weer verrassend dansbaar.
Joris Rietbroek / Kicking the Habit

Nog voor Earth Mk. II goed en wel het podium heeft verlaten doemen de eerste beats van Hunter Complex op uit een totaal andere hoek van Studio. Lars Meijer alias Hunter Complex is door zijn label Narrominded in de gelegenheid gesteld om met zijn producties de laatste slapers wakker te krijgen. Meijer combineert zijn knappe electro met op het eerste oog volstrekt willekeurige filmbeelden. Dit alles leidt tot een bij vlagen hypnotiserende trip die we graag nog eens twaalf uur laten zouden willen ondergaan. Lang kunnen we echter niet stil staan bij het moois want alles is er aan gelegen een plek te veroveren in de huiskamer van Snowstar Records die vandaag decor is voor akoestische optredens van Kim Janssen, I Am Oak en Luik.
Matthijs Nicolai / 3voor12 / Tilburg

 

written in music review: heat

hunter complex - heat front4 / 5

Hunter Complex vormt een unieke stem binnen de Nederlandse elektronische muziek. Natuurlijk, er zijn wel meer acts beïnvloed door synthesizerpop uit de jaren tachtig maar Hunter Complex zet zijn arsenaal aan elektronica (Yamaha, Roland, Korg, Linn Drum en meer) niet in om de luisteraar in het gezicht te slaan. Lars Meijer, de drijvende kracht, brengt op Heat prettig gedateerde sfeerscheppingen. Ruimtelijke muziek die af en toe uitnodigt tot dansen of wiegen maar die doorgaans als een soundtrack over je heen valt.

Het artwork van deze tweede langspeler van Hunter Complex, een eenzame auto die Noord-Amerika doorkruist, past dan ook wonderwel bij de muziek. Heat klinkt als een soundtrack. De vocalen van Meijer zijn afstandelijk, bijna als een extra toetsenlijn, en versterken het atmosferische karakter van de muziek. Werden de soundtracks uit de jaren tachtig doorgaans ontsierd door ingeblikte gitaren en smakeloos gepingel, Hunter Complex weet met die gedateerde muziek in zijn achterhoofd iets smaakvols te realiseren; Heat zou kunnen doorgaan voor een soundtrack uit 1985, maar dan wel van de hand van John Foxx of Information Society en dus beter dan de meeste Hollywood-scores van 25, 30 jaar geleden.

Opener Heat vormt de start van de rit en met de versnelling na 80 seconden zijn we echt onderweg. Hierna begeleidt een waaier aan veelkleurige elektronica de luisteraar tot het einde van de reis. Soms dwars en afstandelijk, soms poppy. Licht industrieel dan weer kitscherig. Space opent met ontroerende trance-sferen en ontpopt zich als een relatief conventionele synthpoptrack. De beheerste instrumental Daylight vormt een mooie staalkaart van Hunter Complex’ instrumentarium: melodieuze golven doorkliefd door beats. Highway Hypnosis doet zijn naam eer aan: wat steviger, van kleur verschietend; je ziet het avondrood boven de highway geschilderd worden.

Wie een soort nieuwe new wave club classics wil, zal bij Hunter Complex niet direct slagen. Daarvoor is de muziek te weinig gericht op dansvloer en blijven de zanglijnen te bescheiden in de mix. Room is een van de uitzonderingen: uptempo, pittig en gezegend met een kort maar pakkend refrein (‘Come on over to my house / Sunday’). Hierna betrekt de lucht weer even bij Stations om binnen hetzelfde nummer weer open te breken. We zijn nog steeds in beweging.

Het afsluitende Hours heeft wat tijd nodig om op zijn plaats te vallen. Deze wat vetter aangezette track had best wat langer instrumentaal mogen blijven om zo meer stootkracht te genereren. Na een paar minuten vallen de melodieën, de synths en zanglijn echter bijzonder mooi samen en koersen we af op het einde van Heat, een plaat waarmee Hunter Complex zijn karakteristieke ‘synthpop’ weer naar een hoger niveau tilt.

Edwin Hofman

original article

indie indie review: heat

hunter complex - heat frontBeoordeel nooit de smaak van het vlees aan de kwaliteit van het hakmes. Toch loopt het water bij voorbaat ons al in de mond wanneer we ons vergapen aan de achterkant van Hunter Complex nieuwe plaat(hoes): een indrukwekkende lijst van vintage synthesizers en drummachines die als gerei dienen voor een fraai staaltje popvakmanschap. Het muzikale alter ego van Lars Meijer (Larz, Psychon, Living Ornaments) toont zich op Heat als een waar connaisseur van de ambachtelijk synthesizerpop waar grootmeesters als Giorgo Moroder en Art of Noise voor de val van het IJzeren Gordijn in uitblonken. Tijd voor Hunter Complex om de draad weer op te pikken.

Waar retro-pocherij van sommige Nederlandse musici algauw uitmondt in vonkloze pastiche pop (we kijken naar jullie, Gardner en Knol..), verzandt Heat nergens in transparante kitsch. De titeltrack doet zijn naam eer aan als de ijzige synth-klanken zich als een warme deken om de luisteraar heen wikkelt. Het kan niet anders of de magistraal stralende synthesizers van Space en Atlantic gonsde door het hoofd van Wubbo Ockels toen hij Aarde bekeek vanuit de Challenger. Naast de kosmische romantiek van Room en hoogtepunt Stations is Hunter Complex verre vies van filmische elementen, zoals in de future noir van China Rain, dat niet misstaat als soundtrack van een John Carpenter-film (minus vechtscènes). Dankzij wonderschone platen als Heat kunnen we voorlopig blijven teren op de gouden erfenis van de eighties.

Ruben Braeken

original article

norman records review: heat

hunter complex - heat front9 / 10

All you ‘80s synth fans will be into this one. Hunter Complex is Lars Meijer, and here he’s making some euphoric ‘80s pop with prominent Yamaha DX7 and Roland D-50 tones which make it sound totally Airwolf, but with the sun-bleached soundtracky heat haze of Inner Tube or a stoned, smudged take on Egyptology. The mixture of analogue and digital synths is well judged and as a child of the ‘80s myself so many of the sounds on here are triggering some serious childhood nostalgia.

If Palm /|\ Highway Chase makes music for car chases, this is music for standing on top of buildings and gazing intensely over the skyline after saving the city from certain destruction. There’s a blurry, layered nostalgic euphoria to many of the tracks with a distant intangible quality which, if you’re like me, will keep you coming back for repeated listens to try and get a grasp on it. This is really excellent.

ReviewBot3000

original article