Tag Archives: coen oscar polack

kwadratuur review: here is the night

hunter complex - here is the night ep outside frontDe Nederlander Lars Meijer moest nog een elektronisch eitje uitbroeden dat totnogtoe onaangeroerd was gebleven: eentje waarin synthpop en new wave-invloeden zijn diepgelaagde laptopmuziek mochten vervoegen. Het gevolg is het project Hunter Complex, waar de gratis te downloaden ep Here Is the Night alvast een eerste voorsmaakje weggeeft. Een kleine handvol onherkenbare remixen van labelvrienden als Garçon Taupe, Coen Oscar Polack en Spoelstra zorgen niet enkel voor een extra diepgang, maar ook een grote diversiteit die ook de kunde van de remixers aardig in de verf zet.

Over de audio
Single Here Is the Night zelf is een typisch speeltje van Meijer: eentje waarbij hij op de dunne touw balanceert tussen commerciële 80’s popingrediënten en hoog geavanceerde elektronica. Synthesizertunes die liever niet dan wel teruggehoord worden, een oppervlakkig disco-elektro ritme en tenenkrullend handgeklap vormen een totaalbeeld waarvoor de dertiger met donkere stem de luisteraar toefluistert. Gelukkig heeft Hunter Complex deze track ook boordevol details, minuscule inhoudswijzigingen en extra aansporende patronen gestoken. Wat op het eerste gehoor, mede dankzij enkele vreemde melodiesprongen, vrij akelig en lelijk overkomt, blijkt dus begenadigd met een zorgvuldig uitgedokterd totaalbeeld waarmee dit plaatje helemaal thuis hoort in de Narrominded-stal.

Johan Giglot

original article

kwadratuur review: here is the night ep

hunter complex - here is the night ep outside frontHunter Complex is één van de vele alter ego’s van Lars Meijer, medestichter van het befaamde Narrominded-label dat inmiddels reeds tien jaar kwalitatieve elektronica voorop plaatst. Na muzikale oefeningen als lo-fi popsongwriter (Larz), met hiphoptronica (Living Ornaments) of in het IDM-wereldje (Psychon) haalt de hyperactieve doe-het-zelver nu zijn voorliefde voor synthpop en new wave uit de jaren ’80 uit de kast. Als voorbode op een volwaardig album (dat inmiddels ook reeds het licht mocht zien), gooit Hunter Complex alvast deze gratis downloadbare ep op de markt, waarbij nummer Here Is the Night ook door bevriende labelgenoten onder handen wordt genomen.

Disco deuntjes, foute synths en Italian houseritmen: Meijer maakt er een sport van om met veel kitsch iets hips te maken. Denk aan Moroder die met Sister Sledge huwt en voor hun avondfeest OMD hebben gevraagd om de openingsdans te voorzien, maar dan anno 2010. Here Is the Night, de single die uit het titelloze debuut van Hunter Complex werd geplukt, balanceert in elk geval tussen hip en nep.

Garçon Taupe heeft de boel omgetoverd in een ritmisch potten- en pannenspel dat met enkele hoge fluittonen even richting etnische muziek neigt, maar later leentjebuur gaat spelen bij de oude Aphex Twin. Schuifelende elektroclashritmen en onderliggende, industriële baspulsen: de Cosmic Manifestation Mix zou als abstract maar smaakvol kunnen bestempeld worden.

Spoelstra doet in Another Version wat met overstuurde discotunes, metaalklanken en rock’n’roll-drumwerk: een nogal zware en moeilijke combinatie. Dan doet Coen Oscar Polacks Morning versie het een stuk kalmer aan met langzaam omrollende, ambienteske klanktapijten waarin een onaards diepe spoken-wordstem zich met natuur-, ruis en bruisgeluiden vermengt. Dit stukje erg uitgepuurd sfeerwerk biedt een kleine vijf minuten uiterst boeiende luisterelektronica.

Hunter Complex scoort uiteindelijk nog even voor open doel met een instrumentale versie van Fashion Street als extraatje. Live piano, gitaar en sexy sax gaan weer net niet in de fout door een soort van lounge souljazzgeheel te vermengen met complexe ritmeshuffles.

Dit elpeetje pakt uit met een goed half uur elektronische smaakmakerij die een gezonde glimlach met een hoog compositieniveau vermengt. Een prima gevoel voor melodie en diepgang in combinatie met een grote diversiteit maakt dat deze cd niet echt overkomt als een remixplaat, maar veeleer als een staalkaart van de Narrominded-artiestenstal.

Johan Giglot

original article