press

review: katadreuffe & apneu release show, ot301, amsterdam – january 8 2014

flyer: katadreuffe & apneu release show, ot301, amsterdam - january 8 2014Now time to take in Hunter Complex, albeit briefly as we have a train to catch back to Leiden. Lars of Narrominded, aka Hunter Complex takes full use of the massive space afforded to him by the stage and whacks out his Sound and Vision to great effect. This is possibly the best of the four shows, just for the way it’s thought through. I mean, he really does think his stuff through, and his visuals are (when they’re projected at a decent size) more likely to make you move than his grooves, PURELY BECAUSE they are so brilliantly segued into his music. The Incubate gig last year was great but in the back room of a pub; now, with a big room and amplification to boot, the set was pretty dark and stickily compelling, in a way that very, very early, street-lamp powered raves were; (especially if you avoided falling into the sump pits back then). The weird cuts of 80s films also suggested some mash of Tarkovsky and Toyah too (notebooks out, chinstrokers!) and it was a bitch squared that we had to leave. I dig public transport as much as the next state employee but hey, sometimes leaving early is a pain.

Richard Foster

original article

press

interview: haarlems dagblad

hunter-complex-interview-haarlems-dagblad-january-6-2014Haarlemmer maakt authentieke synthesizerpop
Hunter Complex: Herinnering aan de toekomst van weleer

De synthesizerpop van Hunter Complex ademt nostalgie. Maar sterker nog dan dat is het gevoel van weemoed. Het afgelopen najaar verschenen album Heat klinkt meer als een droom van de jaren tachtig dan als de jaren tachtig zelf. Of nog concreter: als een herinnering aan de toekomstdromen uit de jaren tachtig. Dezelfde weemoed die je overvalt wanner je oog, bladerend door een oud tijdschrift, valt op een advertentie van een meubelzaak met de naam Woonidee 2000.

Achter Hunter Complex gaat Haarlemmer Lars Meijer schuil. Het op vinyl en als download verschenen Heat is zijn tweede album onder die naam, maar de eerste die z’n weg ook internationaal naar liefhebbers van synthesizermuziek weet te vinden. Nadat het wereldwijd gelezen Engelse popblad Mojo het album half december tipte, komen er plots ook bestellingen vanuit Amerika en elders, vertelt Meijer. Komende dinsdag speelt Hunter Complex live bij Geertruida in Haarlem Noord, woensdag in Amsterdam en volgende week tijdens het Groningse Eurosonic.

De muziek op Heat, combineert de sfeer van groepen als Tangerine Dream of Ultravox met filmsoundtracks uit de jaren tachtig. ‘Dat komt doordat ik nadrukkelijk de synthesizers uit die tijd gebruik, zoals de Yamaha DX7 – eigenlijk de eerste generatie digitale synths,’ zegt Meijer. ‘Die hebben een karakteristiek geluid. Iedereen wilde destijds het nieuwste van het nieuwste – maar juist daardoor klinkt dat instrument nu zo ‘jaren tachtig’.’

‘Ik ben met die muziek opgegroeid. Ik vond dat geluid fantastisch. Muziek was voor mij in die tijd nog iets magisch,’ vervolgt de nu vijfendertigjarige muzikant. ‘Een manier om aan de alledaagsheid te ontsnappen. En dat is iets wat ik met Hunter Complex, weer tot leven probeer te brengen. Dat gevoel. Maar anders, natuurlijk. Omdat het nu over het verleden gaat. De toekomst van het verleden.’

In 1998 maakte hij zijn eerste LP onder de naam Larz, een plaat die werd uitgebracht op een klein Amerikaans platenlabel. Zijn ingetogen popliedjes waarbij Lars zelf vrijwel alle instrumenten bespeelde werden destijds nog ingedeeld bij de zogenaamde ‘lo-fi’ en vergeleken met artiesten als Smog of Guided by Voices. Twee jaar later had Meijer samen met stadgenoot Coen Polack het eigen label Narrominded opgezet, dat sindsdien uitgeroeide tot een muzikaal platform dat artistiek meetelt in de frontlinies van de popmuziek.

De stap van Larz naar Hunter Complex is minder groot dan die op het eerste gehoor lijkt. ‘Als Larz had ik een viersporenrecorder, een bas, een gitaar en een piano,’ vertelt Meijer. ‘Daarna ging ik samen met Coen muziek maken onder de naam Living Ornaments en gebruikten we een computer als instrument, waardoor plots alles mogelijk bleek. Onbeperkt. Maar precies dat belemmerde mij. Er was geen focus meer. Door die synthesizers – met all e beperkingen van dien – heb ik voor mijzelf een nieuw kader geschapen waarbinnen ik muziek kan maken. Dat blijk ik nodig te hebben. Het werkt ook voor mij.’

Optreden doet hij steeds meer. En hij vindt het leuk, zegt Lars. ‘Bij de vorige plaat had ik alle muziek op één synthesizerpartij en de zang na op iPod staan. Dat werd live een soort karaoke. Daar ben ik mee gestopt. Nu speel ik alles live met aan elkaar gekoppelde synthesizers. Geen nummers van ‘Heat’, maar nieuwe stukken, zonder zang. De overeenkomst met de plaat is de sfeer die ik schep.’

Peter Bruyn

press

the post.online review: heat

hunter complex - heat frontPrince, de kleine muzikale reus. Wanneer ik Hunter Complex hoor moet ik altijd aan de Amerikaanse wereldster denken. Niet dat er een muzikale connectie is tussen die twee, behalve dan dat de man achter Hunter Complex, Lars Meijer, een groot fan is van de popgeweldenaar. Zijn werk heeft daar echter weinig mee te maken. Onder de naam Hunter Complex brengt hij sinds 2010 jaren 1980 geïnspireerde synth pop uit.

Heat, het tweede album van een van de mannen achter het label Narrominded, leunt even goed op de analoge synthesizers als de voorganger, maar breng daar meer dreiging en diepte in. Het is als een soundtrack bij een film waarin niets is zoals het lijkt en een liefelijk tafereeltje dus een horror soundtrack krijgt. Voortdurend wringt en wrijft de elektronica van Hunter Complex, wat een album maakt dat je van begin tot eind bij de lurven neemt en bij de les houdt.

Tjeerd van Erve

original article

press

kwadratuur review: space

hunter complex - spaceVoor Lars Meijer ofte Hunter Complex mocht het gerust nog 1985 zijn, een periode waarin roemrijk wordt gescoord met gelaagde synthesizermuziek met speelse melodietjes en artiesten als JM Jarre, Jan Hammer en Giorgio Moroder als progressieve muzikale helden beschouwd worden. Opvallend hoe na een periode van publieke afkeer van toetsenvirtuositeit nu weer meer ruimte komt voor fascinatie in alles wat retro is. Op zijn debuutplaat vier jaar geleden gaf Hunter Complex, tevens drijvende kracht achter het label Narrominded, reeds aan geboeid te zijn door de eighties en zijn ‘foute deuntjes’. Heat trekt die lijn helemaal door en graaft in filmsoundtracks en tunes uit tv-series uit die tijd.

Over de audio
Toch is dit geen kitschplaatje. Discoritmen en synthesizerlaagjes zijn schering en inslag, een dromerig en loom karakter alomtegenwoordig. Maar Meijer zorgt ook voor een wat obscure new wave-onderbouw, een scheutje funk of de nodige psychedelica in dit erg filmische geheel. Door zijn vervormde stem diep in de mix te steken, krijgt het vaak blitse ‘Heat’ iets onrustigs en mysterieus over zich, een hedendaags tintje in een bed vol nostalgie.

Space heeft natuurlijk zijn titel niet gestolen. De track toont waar het allemaal om draait: onvervalste synthpopmuziek met het nodige lollypopgehalte. Holle, wegvliegende spacetoetsen ontdubbelen tot een thema in twee ritmesnelheden, een soort van nerveus patroon waarachter de wat sombere, neurotische murmelzang van Lars Meijer zich verschuilt. Maar na een kleine minuut breekt het nummer pas helemaal open met een heerlijk nostalgisch stukje opklimmende keyboardmuziek. Somber wordt heroïsch. Toch blijft de stem volharden in zijn mysterieuze kilte, waardoor emoties zich vermengen. In combinatie met droge discoclapritmen, heeft ‘Space’ genoeg foute elementen in zich om de tenen te doen krullen. De subtiele manier waarop die in elkaar gezet worden tot een song met de buitenaardse allures van Star Trek of Battlestar Galactica, is meer dan bewonderenswaardig.

Johan Giglot

original article