kwadratuur review: heat

hunter complex - heat front3,5 / 5

De Nederlander Lars Meyer getuigde via zijn alter ego Hunter Complex al eerder van een voorliefde voor synthesizermuziek uit de jaren ’80. Het is echter alweer drie jaar geleden dat deze interesse ook muzikale vruchten mocht afwerpen, allicht het gevolg van de grote drukte als labelbaas van het befaamde Narrominded. De tweede langspeler staat echter helemaal in teken van die blitse tachtiger jaren.

Hunter Complex neemt zijn luisteraars mee doorheen een dromerige retrotrip. Moroder synthesizers, elektronische discobeats en diep bedwelmende vocalen zijn daarbij onontbeerlijk. Dit album ruikt helemaal naar vintage en vinyl (het komt ook niet op cd uit), naar live toetsenvirtuositeit en een afkeer van complexe laptopdetails. Dit is pure eighties, de tijd van Miami Vice, te grote zonnebrillen en Casioklavieren; een tijd dat synthesizermuziek nog kunst en geen vloek was en octaafverhogingen in spacetonen met handclaps doorvlochten werden. Zweverige spacetunes, funky gitaarriffs en fonkelende toetsen zijn universeel, de ene keer wat meer duister richting new wave knipogend, de andere keer meer filmisch en sfeervol.

Toch is er zeker ook de nodige frisheid in deze muziek. De subtiele basgrooves in Atlantic, de knisperende ritmen of mooi ontluikende beats die de vele keyboardpartijen ondersteunen, zorgen voor een wakkere punch. Zo laat Meyer met een mooi melancholische onderbouw oud en nieuw netjes samenkomen. In een wat duister China Rain spelen bijvoorbeeld diepe, onheilspellende vocals mee terwijl een krachtige synthesizerloop en schuifelende ruis voor enige mystiek zorgen. Die veelal aanwezige, duistere Darth Vader-stem zit telkens ver weggemoffeld in de analoge synthesizerlagen, zodat er van enige verstaanbaarheid of tekstuele duidelijkheid geen sprake is.

Daar houdt het zeker niet op. Room speelt met wat abstracte structuren waarin de vierkwartsmaat niet altijd gerespecteerd wordt en opvolger Stations injecteert kerkorgelspel en veel heroΓ―sche tonen in een bossa novabeat. Kitsch en pop zijn op Heat dus alomtegenwoordig, maar worden stevig in de diepte uitgewerkt.

Dit album klinkt blits en fonkelend, maar nooit op een moderne, gedetailleerde manier. Een vrij doffe en bewust oppervlakkige productie waarbij alle lagen en accenten op een gelijk niveau staan, past helemaal bij het jaren ’80-sfeertje. Toch slaagt Hunter Complex erin daar zijn geheel eigen muzikaal verhaal uit te brouwen, eentje vol melodie en herkenbaarheid, maar toch fris genoeg om met beide voeten in de moderne tijd te staan.

Johan Giglot

original article

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *